Wanneer spreken we van strafbare haatspraak?

Artikel
  • Haatspraak kan zo’n extreme proporties aannemen dat deze strafbaar wordt. Kort samengevat geldt in België onderstaande:

Berichten die doelbewust andere aansporen, aanmoedigen of aanzetten tot haat, discriminatie of geweld. En uitspraken die de genocide van WOII ontkennen, schromelijk minimaliseren, pogen te rechtvaardigen of goedkeuren. (Bron: Unia)

In de Belgische wetgeving zijn er 3 afdelingen die handelen over haatboodschappen:

  1. Antiracismewet
  2. Antidiscriminatiewet
  3. Genderwet

Aanzettingsmisdrijf

Binnen de drie afdelingen geldt telkens het aanzettingsmisdrijf:

Het is strafbaar om binnen bepaalde omstandigheden aan te zetten tot discriminatie, haat of geweld tot een persoon, groep, gemeenschap of leden van een gemeenschap wegens 1 van de beschermde criteria bepaald door de antiracismewet/antidiscriminatiewet/genderwet.

Vooraleer we iets als een aanzettingsmisdrijf kunnen bestempelen, moet er duidelijk sprake zijn van:

‘Aansporen om iets te doen’

De uitspraak moet aansporen om een bepaald gedrag te stellen, enkel het verspreiden van info, ideeën of kritiek is dus niet voldoende. Het aansporen tot moet echter niet om concrete, welbepaalde of bepaalbare daden gaan (er moet dus niet concreet opgeroepen worden om op die dag, die handeling uit te voeren. Een meer algemene oproep is ook strafbaar bv. ‘We moeten allen dat en dat doen’). Daarnaast moet het aanzetten tot niet persé met geweld gepaard gaan.

‘Bijzonder opzet/wil’ moet aanwezig zijn

Kortom moet de dader beseffen/weten dat hij andere aanzet tot. Het gaat dus om een bewuste oproep om bepaald gedrag te stellen. Zo vallen grappen, spot en meningen niet onder het aanzettingsmisdrijf, deze zijn beschermd door het recht op vrijemeningsuiting.

Bepaalde omstandigheden

De bepaalde omstandigheden geven aan in welke ruimte en context ‘aanzetten tot’ strafbaar is. Uitspraken die in één van de volgende omstandigheden plaatsvinden, zijn dus strafbaar (één van onderstaande elementen is voldoende om onder het aanzettingsmisdrijf te vallen).

  • Openbare bijeenkomsten, plaatsen
  • Als er verschillende personen aanwezig zijn
  • In niet openbare plaatsen maar deze zijn wel toegankelijk voor een aantal personen (bv. een ziekenhuiskamer, verpleegkundigen en dokters hebben hier toegang toe)
  • Om het even welke plaats in aanwezigheid van de beledigde en een getuigen
  • Door geschriften (gedrukt of niet), prenten of zinnebeelden die aangeplakt, verspreid of verkocht worden, openlijk tentoongesteld worden, niet openbaar zijn maar verstuurd naar verschillende personen

Tenslotte willen we er nog op wijzen dat ook in de rechtspraak het niet enkel gaat om de inhoud van een boodschap en de aard van de gebruikte bewoording. Men neemt ook steeds de omstandigheden, context, het medium, de potentiële impact en de drijfveren mee in rekening. Maatstaven die ook naar voor komen in de ‘ergte-graad’ opgesteld door de Raad van Europa.

Waar trekken wij de lijn?

Het is echter niet zo dat haatspraak strafbare proporties moet aannemen vooraleer we er op kunnen gaan reageren. Het is aan éénieder (of aan elke groep) om te gaan bepalen wanneer we effectief overgaan tot een (re)actie. Het kan helpen om hier voor jezelf of voor je groep enkele richtlijnen rond uit te denken. Een korte reflectie omtrent wat vind(en) ik (wij) onacceptabel, welke sfeer streven wij na binnen onze groep of op onze online media… kan hier al een grote hulp zijn.

Links

Lees meer over

Inhoud

This should be replaced by the table of contents