Voorbeelden van (re)acties

Artikel

Hier vind je enkele uitgewerkte (re)acties op haatspraak via het keuzeplan. We geven telkens de haatboodschap en de context, daarnaast geven we telkens twee mogelijke reacties aan de hand van het keuzeplan. 

Voorbeeld 1

Een bekende sporter geeft een emotioneel interview waarin hij een traan laat. Een reactie op sociale media: ‘Wa ne HOMO!’. Je kent de persoon die de uitspraak deed niet. 

Reactie 1

  • Keuze 1: Je richt je tot de boodschapper je wil namelijk tonen dat je het niet eens bent met zijn reactie.
  • Keuze 2: Lang, je wil in de toekomst namelijk soortgelijke berichten ook aanpakken.
  • Keuze 3: Je reageert op het onderdrukkend verhaal je bent het namelijk niet eens met het stereotype beeld dat homo’s altijd overgevoelig zouden zijn. Specifiek richt je je dus op ‘Kenmerken van de personages’ in het onderdrukkend verhaal.
  • Keuze 4: Je kiest voor de strategie alternatief. Want je wil een andere, positieve boodschap brengen.
  • Keuze 5: Je kiest voor de toon humor. Je wil er geen te gewichtige reactie van maken.

Je reageert kort en simpel: “Inderdaad! Wa ne HOMO SAPIENS”

Reactie 2

  • Keuze 1: Je richt je tot de omstaanders. Want je wil oproepen tot een positief internetklimaat en verdere polarisatie voorkomen.
  • Keuze 2: Kort, je beslist om eens te proberen als een reactie een verschil kan maken.
  • Keuze 3: Je reageert op de haatboodschap je spreekt je niet uit over het onderdrukkend verhaal om nutteloze discussies te vermijden. Je vindt het jammer dat er een verwijt gemaakt wordt.
  • Keuze 4: Je kiest voor de strategie dialoog. Je beslist om een open dialoog aan te gaan met de omstaanders.
  • Keuze 5: Je kiest voor een positieve toon. Je wil namelijk aanmoedigen tot positief gedrag.

“Beste meelezers, bij deze een oproep tot positieve boodschappen. Is het niet leuker om gewoon complimentjes te geven? Ik daag jullie uit, wat is het schoonste compliment dat je kan geven?”

Voorbeeld 2

Een leerling van 12 jaar kraste een hakenkruis in een schoolbank. In de klas zitten ook leerlingen van niet-Belgische origine. 

Reactie 1

  • Keuze 1: Je richt je tot omstaanders en boodschapper. Je wilt de haat halt toe roepen.
  • Keuze 2: Je wil er slechts kort mee aan de slag gaan. Je wilt dit voorval niet zomaar laten passeren, maar je wilt het ook niet extra opblazen.
  • Keuze 3: Je wil reageren op de haatboodschap. Je hebt namelijk nooit antisemitisch of racistisch gedrag opgemerkt, je wilt je voornamelijk uitspreken over het symbool.
  • Keuze 4: Je kiest voor de strategie grenzen stellen, je gaat kort duiden dat het een symbool is met een zeer negatieve lading en dat dit niet past binnen de visie en sfeer van de klas. Daarna kies je ook voor de strategie alternatief, door iets positief van het symbool te maken.

Je vertelt aan de leerling en aan de vriendjes die mee rond de schoolbank staan dat er een zeer negatief verhaal hangt aan dat symbool, je zegt dat dit symbool veel mensen gekwetst heeft en nog altijd kan kwetsen. Daarna denk je samen met de leerlingen na hoe je van het hakenkruis een leuke en gekke tekening kan maken, bijvoorbeeld een vierkant mannetje met voetjes, ogen en voelsprieten.

Reactie 2

  • Keuze 1: Je richt je tot de boodschapper, je wilt nagaan waarom hij/zij dit deed.
  • Keuze 2: Lang, je wilt dit degelijk opvolgen met de boodschapper.
  • Keuze 3: Je wil reageren op het onderdrukkend verhaal door te bespreken waar het symbool voor staat en hoe het tegenwoordig nog aanwezig is. En je reageert op de onderliggende behoeften dit doe je op basis van overeenkomstigheden bv. de nood aan een leuke klassfeer.
  • Keuze 4: Je kiest voor de strategie dialoog, je gaat in gesprek met de boodschapper. Daarnaast kies je ook voor de strategie melden je zorgt ervoor dat het hakenkruis van de schoolbank verdwijnt.
  • Keuze 5: Je kiest voor een emotionele en positieve toon in het gesprek.

Je gaat het gesprek aan met je leerling. In dit gesprek vraag je aan de leerling waarom hij/zij dit gedaan heeft (niet zozeer het krassen in een schoolbank, wel het krassen van een hakenkruis). Je vertelt de leerling waar het symbool voor staat en hoe het nog steeds gebruikt wordt. Je vraagt aan de leerling of hij/zij graag een leuke klassfeer heeft, daarnaast duid je er op dat hij/zij goed overeenkomt met verschillende andere leerlingen. Je vertelt dat het symbool eigenlijk betekent dat sommige van zijn vriendjes niet welkom zouden zijn in de klas. Je bekijkt samen met de leerling hoe het hakenkruis kan verwijderd worden. Daarnaast bespreek je hoe zijn/haar ideale klassfeer er uit ziet en hij/zij daar aan kan bijdragen. 

Lees meer over

Inhoud

This should be replaced by the table of contents